Besluitvormingsprocedure
Vanaf het moment dat een projectidee vorm krijgt in het hoofd van een projectpartner, wordt deze uitgenodigd om contact op te nemen met zijn regionale antenne. Deze is de geprivilegieerde tussenschakel met de andere partnerregio’s en staat de projectpartner bij in de uitwerking van het project. (zoeken naar euregionale partners, formuleren van doelstellingen, euregionale meerwaarde, subsidiabiliteit van uitgaven, contacten met potentiële regionale cofinancierders,…) Nadien, wanneer het aanvraagformulier ingevuld is, volgt systematisch een technisch onderzoek van de projectvoorstellen door de betrokken regionale antennes. Vanaf het moment dat het dossier administratief en technisch in orde bevonden wordt, wordt deze officieel ingediend bij de beheersautoriteit die een controle op de volledigheid van het dossier uitvoert en onderzoekt of technisch en administratief het dossier ontvankelijk is.
In de veronderstelling dat een project ontvankelijk is, wordt vervolgens gedefinieerd welke euregionale commissie bevoegd is om een advies te formuleren (positief, negatief, opmerkingen,…). Dit advies wordt over het principe van de consensus overhandigd. Vervolgens worden de projecten geanalyseerd binnen de regionale instanties voor eventuele cofinancieringstoekenningen. De projecten worden enkel aan het Bestuur van de Stichting EMR voorgelegd in het geval dat een consensus binnen de euregionale commissie of de regionale instanties niet haalbaar is.
Tenslotte is het Comité van Toezicht de instantie die officieel en definitief de projecten goedkeurt.
Het administratieve proces eindigt op het moment dat het project officieel ingediend wordt bij de beheersautoriteit en deze het project ontvankelijk verklaart. Vanaf dan start de besluitvormingsprocedure.
Hieronder een synoptische beschrijving van de administratieve en besluitvormingsprocedure met betrekking tot projecten.

De algemene procedure beschreven in het schema hierboven houdt rekening met de in hoofdzaken via de euregionale commissies effectieve participatie van alle instanties die aan het proces moeten deelnemen (economische en sociale partners, vertegenwoordigers van organisaties acties in het domein van de milieubescherming en het gelijke kansenbeleid,…).
Het is van belang dat de implementatie van dit programma zal bijdragen aan de kwaliteit van het milieu in de Euregio en in elk geval geen negatieve effecten zal hebben op het milieu. Hierop zal worden toegezien gedurende alle fasen van de projectencyclus: voorbereiding van aanvragen, selectie van projecten en monitoring van de uitvoering. Om deze ambitie uit te voeren werd parallel aan dit Operationeel Programma een Checklist voor milieu en duurzaamheid ontwikkeld die alle belangrijke milieu aspecten in beschouwing neemt. Bij het opstellen van deze checklist zijn ook de aanbevelingen van de strategische milieubeoordeling overgenomen.
Bij de begeleiding van de voorbereiding van aanvragen door het Programmasecretariaat zullen de initiatiefnemers worden gewezen op de noodzaak om negatieve milieueffecten te voorkomen en worden begeleid bij het formuleren van hun project op een voor het milieu gunstige wijze. Duidelijke vragen hieromtrent worden voorzien in het aanvraagformulier.
Het mechanisme voor projectselectie zal er op toezien dat mogelijke negatieve effecten op het milieu worden vermeden, of, als geen alternatieven beschikbaar zijn, verminderd en gecompenseerd worden. In het bijzonder de waarden op het gebied van lucht-, bodem- en waterkwaliteit, biodiversiteit en landschap mogen niet nadelig worden beďnvloed door uitvoering van het programma. Ook zal het criterium van CO2-neutraliteit betrokken worden in de selectie van projecten. Naast het mechanisme voor project selectie zal ook de monitoring van het programma in beeld brengen welke de milieueffecten zijn van uitvoering van het programma. Dit zal gebeuren door monitoring van de afzonderlijke projecten via periodieke rapportages en zijn weerslag vinden in de jaarrapportages van het INTERREG IV-A Euregio Maas-Rijn -programma.
|